Opnieuw in de raad: Jan Lems (D66)

Toen de rook van de gemeenteraadsverkiezingen twee jaar geleden was opgetrokken, zal  fractievoorzitter Jan Lems (D66) wel even achter zijn oor gekrabd hebben: D66 was van een kleine partij uitgegroeid tot de grootste coalitiepartij van het college.

“Dat was inderdaad een fors verschil voor mijn partij. Ineens hadden we zes zetels in de gemeenteraad. Die moesten worden ingevuld door kandidaten die nauwelijks enige ervaring hadden. Jonge honden, voornamelijk. En ik mag wel zeggen: ook heerlijk eigenwijs.”

Voor Lems een compleet nieuwe situatie. Samen met mede-oudgediende Cocky Kuipers moest hij de D66-kar trekken. “Dan komt mijn ervaring als raadslid wel van pas. Als fractievoorzitter is het mijn taak om die nieuwe raadsleden te begeleiden. Maar ook moest D66 het initiatief nemen voor de vorming van een nieuw college. Van kleinste coalitiepartij in de vorige periode, waren we nu ineens de grootste. Daarmee krijg je een andere verantwoording: in het coalitieoverleg wordt verwacht dat wij de agenda maken, dat ik voorzit. Dan is het plezierig dat je vanuit je opgebouwde kennis en ervaring daarmee aan de slag kan. Ik hoef het wiel niet opnieuw uit te vinden. Ik moet er alleen voor zorgen dat D66 zijn verantwoording neemt in die college dat toch een ‘D66-college’ genoemd wordt.

Als raadslid ontfermt Lems zich over portefeuilles als Financiën en Veiligheid. “Er zijn onlangs positieve cijfers naar buiten gekomen over de veiligheid in Almere. Maar we willen het nóg veiliger krijgen. Ook mag van mij het multiculturele karakter van Almere nog meer benadrukt worden. Daar ben ik trots op. Die onderwerpen, en de gezonde financiële situatie van de stad, hebben de komende jaren mijn specifieke aandacht. Ik hoop ook dat we een sprong kunnen maken met bestuurlijke vernieuwing, zodat burgers meer invloed krijgen.”